Bel ons voor info 0294 - 74 50 70

Nieuws item

Gemeente ’s-Hertogenbosch: 'Niet verduurzamen is geen optie meer'

Uit de themanieuwsbrief 'Installatie'

Foto: Angeline Swinkels

De Gemeente ’s-Hertogenbosch won in 2023 de Erfgoed Duurzaamheidsprijs. “Niet verduurzamen van monumenten is geen optie meer”, zegt Tom van den Oetelaar, projectleider bij de gemeente. “Het is onderdeel van de opdracht.”

Bouwkundige Van den Oetelaar is projectleider bij de afdeling Maatschappelijk Vastgoed. “Ik houd me niet specifiek met monumenten bezig, mijn werkzaamheden zijn breder. Zo ben ik momenteel aan de slag met de ventilatieverbetering van een aantal Brede Bossche scholen. Dat is dus niet eens bouwkundig. Als ik de kans krijg, trek ik de monumenten wel naar me toe. Die vind ik het leukste.”

De afdeling Maatschappelijk Vastgoed bestaat uit een club van 24 personen. Binnenkort worden daar nog drie collega’s aan toegevoegd die zich specifiek gaan bezighouden met duurzaamheid. “We zijn met drie projectleiders die de projecten verdelen. Of ik een monument krijg toegewezen als project, ligt ook aan de ruimte in de planning. Ik kan wel een monument willen verbouwen, maar soms heeft een andere collega meer tijd.”

Winnaar Erfgoed Duurzaamheidsprijs

De gemeente won in 2023 de Erfgoed Duurzaamheidsprijs voor het Groot Tuighuis (categorie zakelijk). Het monument uit 1430 met een rijke historie – het deed door de eeuwen heen dienst als katholieke kerk, protestante kerk, militaire kazerne, museum en opslagdepot – is verbouwd tot erfgoedcentrum en daarbij verduurzaamd van energielabel E naar A+.  

Een “kers op de taart”, zo ziet Van den Oetelaar de prijs. “Het was al een mooi project, daar heb je geen prijs voor nodig. Wat ik hier tof vond, is hoe we het project zijn ingegaan met de aannemer (Nico de Bont, red.). Samen hebben we gepuzzeld hoe we het zo duurzaam mogelijk konden uitvoeren. Daarbij hebben we niet alleen gelet op energie, maar ook op de impact van de toegepaste materialen. Dat puzzelen doe je omdat je je werk goed wil doen. En omdat we de overtuiging hadden dat dit moest lukken bij een Rijksmonument. De prijs is in die zin mooi, omdat de inzet wordt erkend.”

Voorbeeldfunctie

Gemeenten hebben een voorbeeldfunctie bij het verduurzamen van monumenten, stelt Van den Oetelaar. “Die moet je dus ook nemen. Je wil laten zien: als wij het kunnen, dan kunnen bedrijven, instellingen en particulieren het ook.”  

Hij kent de tegenwerpingen. “Dat dubbel glas bijvoorbeeld niet mag bij een monument. Dat klopt ook. Bij het Groot Tuighuis hebben we dat anders opgelost: met achterzetramen en vacuümglas. Achterzetramen vindt niet iedereen mooi, dus ik haal vaak dat vacuümglas aan: een hele chique oplossing, die past en ook nog eens beter presteert dan dubbel glas.”

Ja, weet Van den Oetelaar, voor gemeenten is verduurzaming misschien wel iets makkelijker, omdat er meer middelen ter beschikking zijn om het te kunnen doen. Maar laat dat dan een olievlekwerking tot gevolg hebben richting bedrijven, instellingen en particulieren. “Nico de Bont heeft inmiddels besloten alleen nog biobased isolatie toe te passen. Dat hadden ze niet kunnen doen als ze dit niet eerst onder de vlag van de gemeente konden uitproberen. Zakelijke opdrachtgevers hebben daar geen of minder snel zin in.”

Kortom, zo krijgt zoiets navolging. Als dit jaar wederom een gemeente de Erfgoed Duurzaamheidsprijs wint, zou dat wat Van den Oetelaar betreft dan ook jammer zijn. “Liever een bedrijf.”

Verder met verduurzamen

De gemeente is intussen op stoom met volgende verduurzamingsprojecten. Zoals museum Het Kruithuis, het enige overgebleven kruitmagazijn uit de Tachtigjarige Oorlog in Nederland. Rijksmonument ook. “Bijzonder daar is dat we de warmtepomp in het pand ernaast hebben gezet, wat een klein gemeentelijk monument is. Die oplossing is gekozen om zo min mogelijk het Rijksmonument aan te tasten. De routing in het gebouw kon daardoor ook veel beter – er was geen installatieruimte nodig.”

Vroeger hoorde het gebouwtje dat nu technische ruimte is en het Kruithuis bij elkaar. “Het is het oude geweermakershuisje. Beiden waren onderdeel van een heel militair ensemble. In de loop van de jaren is dat los van elkaar geraakt. Er stond zelfs een schutting tussen. Het ene gebouw werd museum, het andere gekraakt. Door het verduurzamen, hebben we ze weer bij elkaar getrokken.”

In een ander monument – aan de Aartshertogenlaan – gaat de gemeente weer aan de slag met biobased materialen als schapenwol, hennep en schelpen. Ook op de planning: het stadhuis.

“Vroeger was het bij monumenten zaak om uit te zoeken wat het kost om iets te restaureren. Verduurzamen was een optie, iets waar aannemers extra punten voor konden krijgen in de aanbesteding. Dan kregen we de aanbieding om in plaats van standaard verlichting naar ledverlichting te gaan. Dat schiet niet op. Inmiddels gaat het niet meer om extra punten: het is de opdracht. Die mindset heeft iedereen nu wel. Dat is een goede ontwikkeling.”

Onderdeel van de gemeentelijke visie op verduurzamen van monumenten is om niet alleen naar energie te kijken, maar ook naar die materiaalimpact, zoals bij het Groot Tuighuis het geval was. “We willen zo circulair mogelijk verduurzamen. Natuurproducten passen daar goed bij. Bij installaties is dat lastiger. Hoe circulair is een cv-ketel? Ik heb nog nooit een passende tweedehands ketel gevonden. Dus in die natuurlijke bouwmaterialen zit de winst, denk ik.”

Laagtemperatuur

Waar het kan, kiest Den Bosch voor laag-temperatuurverwarming in combinatie met een warmtepomp. Dat is bij het Groot-Tuighuis ook gedaan: vloerverwarming in combinatie met radiatoren, met als warmteopwekker een luchtwaterwarmtepomp met – dat nog wel – een backup van gasketels. Bijzondere ingreep is dat de vide daar is dichtgelegd met een grote glasplaat, om te voorkomen dat alle warmte wegtrekt naar boven. Dat heeft een tweede functie: zorgen dat het in het depot op de bovenverdieping niet warmer wordt dan 12 graden. “Dat is een gedachte die ik bij monumenten vind passen: ga de ruimtes verwarmen die je wil verwarmen. Vroeger had toch ook niet iedere ruimte een open haard?”

Over dat depot: “Het grappige is dat collega’s van de afdeling Erfgoed die daar werken nu zeggen dat het er koud is. Er hingen van oudsher heaters die aansloegen als het er écht te koud zou worden. Dat gebeurde nooit, omdat de warmte door de vide naar boven trok. Na de verbouwing, toen het buiten wat afkoelde, sloegen ineens die heaters aan. We weten dus in ieder geval dat het werkt, die glazen vloer.”

Ga terug