"Neem gebouw als uitgangspunt voor verduurzaming"
Cisca van der Leeden, senior bouwkundige en bouwhistoricus bij BOEi, over maatwerk
Wat de beste installatie is voor een monument, wordt niet bepaald door de installatietechniek maar vooral door het gebouw zelf. Een monument kun je niet zo maar met standaard maatregelen verduurzamen, alhoewel er wel vaak referentieprojecten mogelijk zijn, zegt Cisca van der Leeden, senior bouwkundige en bouwhistoricus bij BOEi.
Van der Leeden vindt het positief dat monumenten nu ook een energielabel krijgen. “Maar als je dat door een standaard EPA-adviseur laat doen, krijg je standaard adviezen voor verduurzaming voorgeschoteld. Dan moet je gevels isoleren, glas vervangen en een warmtepomp plaatsen. Maar dat kun je in een monument niet zo maar doen.”
“Altijd moet je het gebouw als uitgangspunt nemen. Je begint met een bouwhistorisch onderzoek om de monumentale waarden in kaart te brengen. Het is niet alleen de buitenkant van het pand die monumentaal is. Soms zie je bijvoorbeeld nog wel eens bij oude grachtenpanden dat het complete interieur eruit gesloopt wordt. Dan doe je veelal afbreuk aan het monument.”
Onderzoek schil
Dat onderzoek kan dienen als praatstuk om te kijken wat er wel en niet kan. “Daarbij hoort ook een bouwkundig onderzoek naar de opbouw van de schil. Is de gevel bijvoorbeeld steens metselwerk of metselwerk met een spouw of misschien zelfs metersdik metselwerk zoals bij een kasteel? En zit er dakbeschot in de kap of is het een open constructie?”
“Als je dat allemaal weet kun je samen met en bouwfysicus gaan kijken wat er mogelijk is als het gaat om isoleren. Met isoleren kan je dauwpunt verschuiven. Als je bijvoorbeeld metselwerk isoleert waarin een balklaag opligt, kan het dauwpunt verschuiven naar de balkkop. Dan gaat die dus rotten. Dat zijn dingen die je per se wilt voorkomen.”
Van der Leeden is in dat opzicht blij met de opkomst van biobased isolatiematerialen. “Die bieden over het algemeen een betere samenwerking doordat ze vocht opnemen en afgeven.”
Aangepast gedrag
Ze pleit echter ook voor ‘aangepast gedrag’. “Natuurlijk wil je warmteverliezen voorkomen, maar gedrag heeft ook een grote invloed op energieverbruik. Je kunt meebewegen met buiten en bijvoorbeeld een trui aantrekken in plaats van een shirt met korte mouwen. Eis niet van een monument dat het aanvoelt als nieuwbouw. Dat kan technisch misschien wel, maar gaat wel ten koste van historische waardes. Denk aan vacuümglas. Dat kan technisch wel, maar ook het oude historische glas heeft waarde.”
Pas na al deze stappen komt wat Van der Leeden betreft de keuze voor een installatie. “Soms loont dan toch een eenvoudige cv-ketel op gas in plaats van alles te isoleren en van het gas af te gaan. Eventueel kun je dan nog kijken naar een ketel op biobas of waterstofgas. Een warmtepomp kan misschien, maar verbruikt ook energie. Hoe dan ook: neem het gebouw hierbij als uitgangspunt. Technische oplossingen zijn er wel, maar essentieel is wat past bij het gebouw. Een burgemeesterswoning is heel iets anders dan een keuterboerderij of een kasteel.”
Referentie-projecten
Niettemin vindt Van der Leeden wel dat er meer kennisuitwisseling zou mogen plaatsvinden, zo gaf zij ook aan in haar bijdrage tijdens de kennissessie van vakbeurs MONUMENT. “Van die burgemeesterswoningen zijn er bijvoorbeeld best wel meer in den lande. Een kasteel is op zich uniek, maar heeft wel vergelijkbare bouwkundige kenmerken als andere kastelen uit dezelfde periode. Die referenties zouden meer gedeeld mogen worden. Inclusief ‘minder fortuinlijke’ ervaringen, omdat je daar ook van kunt leren. Zo hebben we als BOEi bij de Blokhuispoort in Leeuwarden destijds uit oogpunt van duurzaamheid gekozen voor biomassaketels. Dat was toen een innovatieve techniek. Nu kijken we daar anders tegenaan.”
Soms kan het trouwens ook prima om energielabel A+ te halen, zegt Van der Leeden. “Dat hebben we bijvoorbeeld gedaan bij Het Schip in Amsterdam, waar ik projectleider was. Dat was een Amsterdamse School gebouw uit 1922 met 82 huurwoningen. Dat is aan de binnenzijde volledig vernieuwd. Maar we hebben ook panden waar we niet verder komen dan label D. Wat overigens nog steeds een hele verbetering is ten opzichte van het oude label G. Het belangrijkste is om de typologie van een pand te kennen en je verwachtingen daarop te baseren.”



