GRATIS toegang
professionals en eigenaren van monumentaal vastgoed:
nog dagen
Registreer HIER!sluiten X
Corporaties belangrijk voor verduurzaming monumenten
Jan-Hylke de Jong (Fenicks) over de impact van corporaties op monumentaal bezit
Voor de verduurzaming van monumenten blijken corporaties een belangrijke gesprekspartner. Zij bezitten een aanzienlijk deel van de monumentale en karakteristieke woningen. Tevens leent juist hun bezit zich goed voor seriematige aanpak.
Exact inzicht in hoe het er voor staat met monumentale en karakteristieke woningen in corporatiebezit is lastig te verkrijgen. Eigenlijk hebben alleen corporaties zelf daar inzicht in, zegt directeur Jan-Hylke de Jong van Fenicks. Op verzoek van restauratie-aannemer Nico de Bont dook Fenicks twee jaar geleden in deze materie. Door allerlei gegevensbestanden aan elkaar te koppelen wist ‘het CBS van de monumentensector’ een redelijk goed beeld te krijgen. Met als belangrijke conclusie dat het grote monumentale corporatiebezit zich leent voor seriematige aanpak van verduurzaming.
Als eerste keek Fenicks daarvoor naar de bouwjaren van de corporatiewoningen. Ongeveer 5% van het corporatiebezit is gebouwd voor 1945. Nog eens 11,5 procent is gebouwd tussen 1945 en 1959. De Jong durft de stelling wel aan dat dat vrijwel allemaal monumentale en karakteristieke woningen zijn. Dat betekent dat dus ongeveer 16% van het bezit van corporaties monumentaal is of karakteristiek en deel van beschermd stads- en dorpsgezicht. “Waarbij voor karakteristieke woningen minder zware juridische bescherming geldt dan voor monumenten.”
Vernieuwend inzicht
Uit vergelijkingen tussen kaarten met corporatiebezit en kaarten met monumentale panden, berekende Fenicks dat ongeveer 18.000 monumentale panden in bezit zijn van corporaties, met circa 90.000 verhuurbare eenheden van gemiddeld 75 vierkante meter. Het betekent dat circa vijf tot zeven procent van alle monumentale panden in bezit is van corporaties. Dat percentage komt ook uit een analyse van eigenaren van monumenten. “Dat cijfer was een heel vernieuwd inzicht. Daaruit blijkt dat corporaties met stip een van de grote partijen zijn als het gaat om verduurzaming van monumenten, naast de overheid en beherende organisaties zoals Stadsherstel. Die andere eigenaren weten de weg naar bijvoorbeeld een vakbeurs MONUMENT wel te vinden, maar dat geldt niet voor corporaties. Het is dus belangrijk om beleid uit te zetten om juist de corporaties aan tafel te krijgen.”
De Jong wijst er op dat corporaties over het algemeen minder mee bezig zijn met hun monumentale bezit. “Corporaties hebben tot doel om betaalbare huisvesting te bieden en niet om monumentale panden in stand te houden. Met hun karakteristieke en soms zelfs romantische uitstraling spreken straten en wijken met dergelijke corporatiewoningen echter wel aan, zeker als ze gerenoveerd zijn. Daarbij vertellen die wijken ook het verhaal van Nederland. Ze van de hand doen is ook niet wenselijk omdat je daarmee sociale huisvesting steeds verder van het centrum van stad of dorp duwt.”
Dilemma
Dat levert een dilemma op, schetst De Jong. “Over het algemeen zijn corporaties goede professionele vastgoedbeheerders en is de staat van onderhoud van hun woningen gemiddeld genomen goed. Maar verduurzamen van deze oudere woningen vraagt extra geld. Er zijn wel heel mooie voorbeelden, zoals Het Schip in Amsterdam, maar het onderhouden van monumentale panden is vaak kostbaar, wat niet bijdraagt aan de betaalbaarheid. Daarom schuiven corporaties het verduurzamen van monumentale en karakteristieke woningen vaak een beetje voor zich uit. Maar hun aandeel in de monumentensector is wel wezenlijk. Voor de klimaattafel maatschappelijk vastgoed monitoren wij het gasverbruik van monumenten. Om dat omlaag te krijgen kunnen die 90.000 wooneenheden van de corporaties het verschil maken. Als corporaties in staat zijn die woningen te verduurzamen, heeft dat grote invloed op het behalen van de klimaatambities.”
Seriematige aanpak
Groot voordeel van monumentaal en karakteristiek corporatiebezit is dat de woningen seriematig ontwikkeld zijn. “Er zijn wel verschillen in de woningen, maar er is toch ook veel hetzelfde. Dat maakt een systematische aanpak van verduurzaming mogelijk, zoals Nico de Bont die heeft ontwikkeld. Zij hebben corporaties echt iets te bieden op het vlak van verduurzaming, met behoud van de monumentale waarden van de panden.”
Cijfers van de stand van verduurzaming van het monumentale corporatiebezit heeft De Jong nog niet. “Maar we weten dat sommige corporaties deze verduurzaming voor zich uit schuiven omdat het veel geld kost. Geld dat ze efficiënter kunnen uitgeven aan nieuwe woningen of ander laaghangend fruit. In dat spanningsveld van hoeder van betaalbare woningen en rentmeester van de Nederlandse wooncultuur opereren ze. En die rol vervullen ze naar mijn idee met verve gezien de overwegend goed onderhouden monumenten!”
Waarbij een bezoek aan vakbeurs MONUMENT eraan kan bijdragen om samen met de monumentensector stappen te nemen bij de verduurzaming van deze uitdagende categorie van monumentale woningen.



