Bel ons voor info 0294 - 74 50 70

Nieuws item

‘Met IR fors besparen op werkelijke verbruik’

In gesprek met Marco van de Bilt, van Wardenaar


Voor grote monumenten zeggen energielabels niet alles over het energieverbruik. Marco van de Bilt van Wardenaar Infraroodverwarming pleit er voor om vooral te kijken naar het daadwerkelijk verbruik, in combinatie met het vereiste aansluitvermogen. Met de juiste maatregelen zijn energiebesparingen van 60 tot 70 procent te behalen, met uitschieters tot zelfs 90 procent.

“Als je grote monumenten wilt verwarmen met bijvoorbeeld luchtverhitters, vloerverwarming of andere traditionele verwarming, moet je 24 uur of langer van tevoren beginnen met verwarmen. Als je werkt met kortegolf-infraroodpanelen op gas of elektra volstaat het om die pakweg twee uur van te voren aan te zetten. Maar je kunt daar ook heel plaatselijk mee verwarmen, in een kerk bijvoorbeeld alleen het koor of alleen de voorste tien rijen.”

Van de Bilt heeft het daarbij vooral over grote, hoge gebouwen. Wardenaar Infrarood Verwarming bracht dergelijke verwarming aan in onder meer circa 150 kerken, maar ook in de Kromhoutwerf in Amsterdam, het Trammuseum in Den Haag en de oude Vleeshal in Zutphen. Wardenaar past deze systemen al toe sinds 1956.

Hoge vermogens

Infraroodverwarming van zulke gebouwen is wel wat anders dan een plafondpaneeltje voor woningen, geeft Van de Bilt aan. “Het gaat om hoge vermogens, die zowel elektrisch als met gas kunnen worden opgewekt. Met elektrische panelen gaan we met onze engineering tot in de meterkast. Door de elektriciteit goed te regelen voorkomen we blindstroom door faseverschuiving. Dat betekent dat er geen stroom verloren gaat maar dat we 100% daarvan benutten.” Daarbij zijn de elektrische panelen van Wardenaar modulerend en hebben ze geen piekspanning. “Daarnaast leveren we maatwerk, wat inhoudt dat we de toestelmodellen aanpassen aan het gebouw. We kunnen ze ook in elke kleur leveren.”

Een andere optie die Wardenaar veel toepast, is infraroodverwarming middels gas. “We zijn de enige Nederlandse specialist in infraroodverwarming met een BRL K25000 erkenning die gas-infraroodverwarming toepassen in monumenten. We hebben twee varianten. We werken bijvoorbeeld met een ‘stralingskroon’. Dat zijn meerdere infrarood-units geplaatst in een cirkel, die je centraal in een gebouw kunt ophangen. Deze infraroodverwarming bestaat uit keramiek waarin kleine gaatjes zijn aangebracht waar het gas door stroomt. Daarmee creëren we hele korte vlammetjes, die heel weinig CO veroorzaken. Die warmen het keramiek op tot wel 900 ⁰C. Daardoor ontstaat infrarood met een hele korte golf, waardoor je grote afstanden kunt overbruggen. We hebben ze zelfs in het PSV-stadion geplaatst in de buitenlucht op meer dan 25 meter hoogte. Dan werkt het nog. Een ander type van infrarood op gas is een zwarte buis met een vlam daarin. Die krijgt een temperatuur van 400 ⁰C. Daarmee wek je infraroodstraling op met een middengolf.”

Gasketelwet

Belangrijk hierbij is dat deze verwarming valt onder de Gasketelwet en dus aan strakke regels is gebonden, onder meer voor afvoer van rookgassen en ventilatie ter voorkoming van CO-emissies. “In het verleden waren er meerdere leveranciers van infraroodverwarming met gas, maar dat is niet altijd correct aangelegd. Daarover zijn we nu ook in gesprek met organisaties die kerken en monumenten beheren.”

Bij dergelijke temperaturen speelt brandveiligheid uiteraard ook een belangrijke rol. “Je moet de units goed samenstellen en rookgaskanalen isoleren zodat de temperatuur daarvan aan de buitenzijde beperkt blijft. Maar dat geldt ook voor elektrische panelen. Die worden nog heter.”

Rekensom

Rekentechnisch kan infradoodverwarming qua energieprestatie soms lastig zijn. Van de Bilt: ‘Het is elektrische verwarming en dat betekent een COP van 1. Een warmtepomp haalt een gemiddelde COP van 3,6 of hoger, maar als in de koude periode niet meer voldoende energie uit de lucht kan worden gehaald, schakelt die ook over op elektrische naverwarming. Dat is dus ook een COP van 1. Je moet ook vooral kijken naar het echte gebruik in de praktijk. Met infrarood hoef je niet lang van tevoren op te warmen en kun je plaatselijk verwarmen. Bij vloerverwarming of luchtverhitters verwarm je de lucht en warme lucht stijgt. Daardoor duurt het in een hoog gebouw erg lang voor dat je de gewenste temperatuur op vloerniveau zult voelen. Warme lucht zal in een slecht geïsoleerd gebouw ook snel verdwijnen door alle kieren en slecht geïsoleerde ramen en dergelijke. Tevens ontstaat er tocht, die als kou wordt ervaren. Daardoor zijn met infrarood bij gebouwen zoals kerken heel hoge besparingen op energieverbruik te realiseren.”

Daarnaast kan het aansluitvermogen kleiner blijven, rekent Van de Bilt voor. “Om een oppervlak van 1000 m2 te verwarmen heb je een warmtepomp nodig van wel 300 kW, terwijl je voor infrarood wellicht met 100 kW kunt volstaan. Wij maken vooraf berekeningen. We meten in de meterkast wat er aan capaciteit werkelijk beschikbaar is en zetten ons systeem daarop uit. Het gaat daarbij om het vinden van de juiste balans. Soms moet je het dan misschien met wat minder vermogen doen en in plaats daarvan kiezen voor een iets langere opwarmtijd.”

Hoe dan ook pleit Wardenaar om te kijken naar het daadwerkelijke energieverbruik in de praktijk en de verschillende systemen daarop te vergelijken. Los van energielabels zal dat in ieder geval voor de maandelijkse energierekening het gunstigste uitpakken. Overigens blijven kerken uitgezonderd van de komende labelplicht. Die gaat wel gelden voor overige monumenten.

Wardenaar  is exposant op MONUMENT 2026 - van 19 t/m 21 mei in de Brabanthallen in Den Bosch. U vindt hen op standnummer 7.C032

Ga terug