Bel ons voor info 0294 - 74 50 70

Nieuws item

×

Preventie: accepteren dat niet alles kan en richten op wat wel mogelijk is

Jaap van der Burg over keuzes en schadebeperking bij erfgoed

Vaak is ontruimen geen (betere) optie. (Foto: Jaap van der Burg)

Hoe beperk je schade door klimaatverandering of een calamiteit? “Als je twee uur hebt om te ontruimen, moet je vooraf bedacht hebben wat je wel of niet gaat meenemen. Waarschijnlijk heb je onvoldoende tijd om je topstuk te redden. Denk daarentegen juist vooral aan je administratie, want daarin staat alle informatie over je collectie”, zo zegt restaurator Preventieve Conservering Jaap van der Burg van Burgcon, die over dit onderwerp een kennissessie verzorgde op vakbeurs MONUMENT.

Vooraf nadenken en keuzes maken is volgens Van der Burg essentieel als het gaat om het beperken van schades. En daarbij waarschuwt hij ook maar alvast dat die keuzes subjectief zijn en dat er achteraf altijd discussie zal zijn of het de juiste keuzes waren. “Dat moet je maar gewoon accepteren. Erger is als achteraf blijkt dat er helemaal niet over nagedacht is.”

Van der Burg noemt als mogelijk voorbeeld de altaarstukken in rijk gedecoreerde kerken en landhuizen. “Dat is vaak het topstuk in zo’n gebouw. Maar als er een bosbrand nadert, heb je niet de tijd om een steiger op te bouwen en de ophangpunten op te zoeken om dat stuk te demonteren. Als je dat doet, zul je in ieder geval de rest van de stukken niet gaan redden.” Daarbij wijst hij er op dat je bij zo’n regionale calamiteit ook niet over heel veel mensen zult beschikken die helpen om de collectie veilig te stellen. “Betrokken mensen, vooral vrijwilligers, komen vaak uit dezelfde regio en hebben daardoor privé met dezelfde calamiteit te maken.”

Toegang regelen

Dat is nog los van of ze in zo’n situatie überhaupt bij het gebouw kunnen komen. “Ook daar moet je over nadenken. Een gebied wordt vaak afgesloten en wie wordt dan doorgelaten? Denk aan een gebouwbeheerder die de ventilatie in een gebouw uit wil schakelen om te voorkomen dat er rook binnen komt. Zorg dat je bekend bent bij de instanties en dat je een machtiging hebt om het gebied in te komen.”

Naast bedreigingen door grote calamiteiten als (bos)branden en overstromingen ziet Van der Burg ook schade aan erfgoed ontstaan door klimaatverandering. Enerzijds is dat door bijvoorbeeld heftige buien, waardoor regenwater in gebouwen binnenkomt. Anderzijds is er de ‘sluipende verandering’ doordat het warmer en vochtiger wordt. “Die buien zijn vaker zo hevig dat afvoeren daar niet op berekend zijn. Dan stroomt het water over de dakrand heen naar binnen. Als dat een risico is bij een gebouw, dan moet je na zo’n bui de binnenkant van de buitengevel controleren op leksporen. Ook kun je verdampingsverschillen meten, die aangeven waar vocht binnen gedrongen is. Binnendringend regenwater verhoogt de kans op schimmelvorming en daarmee aantasting van gebouw en collectie.”

Minder stabiel

De ‘sluipende verandering’ waar Van der Burg op doelt, is minder zichtbaar. “Vooral doordat het warmer wordt, zie je dat materialen die altijd een stijve vorm hadden, nu soepeler worden. Een harde waslaag bijvoorbeeld wordt zachter. Denk ook aan een oude stoel die je bij de armleuningen optilt. De lijmlaag gaat soepeler worden en kracht verliezen. Ja, dat gebeurt met lijm van 150 jaar oud, maar het gaat nu wel sneller. Ik weet ook van een perkamenten waaier die op steuntjes tegen de wand staat. Door meer warmte – en meer vocht – gaat die waaier binnenkort zijn stijfheid verliezen. Dan blijft die niet meer op de steuntjes staan. Wanneer binnenkort is, weet ik niet, maar het gaat wel gebeuren.”

Extra vocht komt daarbij dan ook nog vrij door de mens zelf. “Als het warmer wordt, geven mensen ook meer vocht af. Zeker bij inspanning gaan mensen meer zweten.”

Budget voor preventie

Van der Burg kan vanuit zijn ervaring vele mogelijke risico’s benoemen. Het belangrijkste vindt hij echter dat organisaties en beheerders/eigenaren zelf gaan nadenken over mogelijke risico’s en hoe ze daarmee omgaan. “Beperken van schade hoeft niet altijd duur te zijn. Met een paar duizend euro kun je heel veel preventieve maatregelen nemen. Denk aan een slotgracht die door regenval twee meter hoger komt te staan dan gebruikelijk. Dan kun je kijken waar dat water naar binnen kan komen en daar waterweringen aanbrengen. Ook een stapel papier en gritkorrels om vocht op te nemen en platen om een reparaties uit te voeren, hoeft niet veel te kosten. Met snel handelen en beslissingen (mogen) nemen bij een calamiteit kun je met beperkte kosten voorkomen dat je later heel veel geld moet uitgeven om de schade te herstellen en te restaureren.”

Van der Burg denkt met organisaties graag na over scenario’s. “Meestal kiezen we er vijf om te bespreken. Dan gaat het om bijvoorbeeld een naderende bosbrand, overstroming en binnendringend regenwater. We nemen daar een halve dag voor. Dat is voor alle betrokken vaak al erg vermoeiend. Ook omdat het soms frustrerend is om te ontdekken dat je dacht dat dingen geregeld waren of mogelijk waren en dat niet zo blijkt te zijn. Maar als je weet wat er niet meer mogelijk is en accepteert dat bepaalde zaken niet binnen je bereik liggen, dan kun je die loslaten en je richten op wat er nog wel mogelijk is. Die keuzes kun je dan vooraf maken en zorgen dat de organisatie daar ook achter gaat staan.”

Schade: fysieke verandering

Als Van der Burg het heeft over schade, gaat het bij hem niet over de financiële waarde, zoals veelal het uitgangspunt is bij de bepaling van schaderisico’s. “Een schaderisico is daarbij de kans dat iets gebeurt keer het waardeverlies van een stuk. Topstukken als een Rembrandt hebben daarbij door hun hoge waarde sowieso een groot schaderisico, terwijl de kans dat daar iets mee gebeurt veel kleiner is dan bij andere, gewonere objecten. Ook al omdat de verflagen veel stabieler zijn dan van veel andere schilderijen.” Van der Burg definieert schade dan ook als ‘een ongewenst verandering van fysieke toestand’, wat dus puur over het materiaal zelf gaat.

“Preventie is het voorkomen dat die verandering groter is dan noodzakelijk. Helemaal voorkomen van schade kan niet. Zelfs een luchtstroom langs een collectie door het openen van een deur zorgt al voor verandering en dus schade. Maar belangrijk is dat die verandering niet onnodig groot is.”

Hoe je die onnodig grote verandering voorkomt, is een thema waar elke organisatie, beheerder en eigenaar tijdig over na moet gaan denken. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld particuliere eigenaren van monumentale woningen. “Zij zouden hierover in gesprek kunnen gaan met hun verzekeringscontactpersonen of een makelaar. Die kennen veelal de risico’s en ook de partijen die kunnen helpen om daar iets mee te doen. Verzekeringen doen dat graag. Zij hebben er ook belang bij dat mensen preventieve maatregelen nemen. Dat voorkomt herstelbetalingen bij schade.”