Bel ons voor info 0294 - 74 50 70

Nieuws item

×

RCE helpt om klimaatrisico’s te onderkennen

Georgia de Poorter en Jacob Knegtel over erfgoed en klimaatverandering

Een net vervangen monumentale beukenlaan op Paleis ’t Loo, met op de voorgrond een aan hittestress leidende monumentale beuk. (Foto Jacob Knegtel, RCE)

De invloed van klimaatverandering op cultureel erfgoed is al ruim zes jaar een belangrijk thema voor de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Belangrijkste eerste stap voor eigenaren en beheerders is dat zij zich bewust worden van de risico’s. Diverse kaarten op de site van de RCE kunnen helpen om een eerste indruk daarvan te krijgen. Erfgoed biedt echter ook kansen: kennis uit het verleden kan worden ingezet voor de opgaven van nu. Zo waren vroeger gebouwen veel beter voorbereid op bijvoorbeeld overstromingen en wateroverlast.

Georgia de Poorter en Jacob Knegtel zijn beide vanuit de RCE bezig met de gevolgen van klimaatverandering voor cultureel erfgoed. Georgia doet dat vooral vanuit de bestuurlijke achtergrond; Jacob vanuit zijn deskundigheid als historisch geograaf. De Poorter: “De RCE ontwikkelt kennis en instrumenten (zoals kaarten en methodieken) om organisaties en betrokkenen te ondersteunen met praktische kennis zodat zij weten hoe ze erfgoed kunnen beschermen tegen of aanpassen aan klimaatverandering. Sommige organisaties doen dat al, anderen hebben nog een zetje nodig.” Een van die kaarten is bijvoorbeeld Klimaatrisico's voor het Nederlandse erfgoed | Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

De verantwoordelijkheid voor maatregelen ligt echter niet bij de RCE, maar bij eigenaren, benadrukt Knegtel. “Die moeten zich bewust zijn van de kwetsbaarheid van en zorgplicht voor hun erfgoed. Gemeenten zijn in de meeste gevallen bevoegd gezag als het gaat om de monumentenzorg in Nederland en kunnen dat proactief doen door erfgoed mee te nemen in klimaatstresstesten. Om klimaatschade echt voor te zijn, is goed contact tussen gemeenten en erfgoedeigenaren dan ook van belang.”

Schade door droogte

De diverse risico’s worden onder meer benoemd in de Nationale Klimaatadaptatiestrategie (NAS). Een van de grote risico’s van dit moment is schade door droogte. De Poorter wijst in dat opzicht onder meer naar historische beukenlanen. Juist beuken zijn gevoelig voor droogte, zegt ook Knegtel. “De schade is veelal onzichtbaar. De boom staat er bovengronds soms nog prima voor, maar het wortelstelsel kan al wel aangetast zijn. Monumentale beuken(lanen) gaan deze droge zomer in dat opzicht nog jarenlang voelen.” Andere gevolgen van droogte zijn onder meer het droog komen staan van houten paalfunderingen, maar ook van archeologische schatten. “Daarnaast heeft de hitte en de klimaatverandering gevolgen voor het immaterieel erfgoed”, geeft De Poorter aan. “Denk aan de Nijmeegse Vierdaagse in de hitte, maar ook paasvuren die vanwege de droogte niet door kunnen gaan. En de Elfstedentocht, maar dan vanwege het ontbreken van strenge vorst.”

“Ook de gevolgen van extreem weer zijn schadelijker dan dat we een paar jaar geleden dachten”, zegt Knegtel. “Datzelfde geldt voor het risico van natuurbranden. Relatief veel cultureel erfgoed (landgoederen, kastelen, maar ook musea) vinden we juist in bosrijke gebieden.”

Wateroverlast

Een inmiddels bekender risico is wateroverlast. “Dat geldt voor een nat jaar als 2024, maar ook voor overstromingen na extreme piekbuien, zoals die van 2021 in Limburg”, geeft Knegtel aan. “Overstromingen vormen een risico voor bijvoorbeeld collecties in kelders, maar ook voor buitendijks erfgoed. Dat is vaak wel gebouwd op bepaalde waterhoogtes, maar door klimaatveranderingen dreigt die historische veiligheid nu een houdbaarheidsdatum te hebben.”

Als het gaat om wateroverlast, spreekt Knegtel echter ook over kansen vanuit erfgoed en cultuurhistorie. “Er is veel kennis vanuit het verleden die je nu kunt gebruiken om gebouwen en landschappen klimaatbestendig te maken. Het verhaal van Nederland draait om het leven met water. Kijk naar woningen van voor 1900. Die staan vaak hoger en hebben zo nu en dan zelfs een toegang met een trap of verhoogde drempel. Maar kijk ook wat er gebeurt bij een dijkdoorbraak. Vroeger waren daar allerlei voorzieningen voor getroffen om de schade te beperken.” De Poorter: “Veel van die voorzieningen en structuren zijn verloren gegaan; terwijl verloren en nog aanwezige structuren weer opnieuw ingezet kunnen worden. We zetten ons daarvoor in, bijvoorbeeld bij dijkverzwaring: Zo wordt de kennis over het dijklichaam opnieuw gebruikt en dat draagt op zijn beurt weer bij aan de bescherming of versterking van het cultureel erfgoed.” Daarbij moet niet worden vergeten dat de dijken zelf ook historisch erfgoed zijn, zo geeft Knegtel aan.

Plan maken

Als het gaat om klimaatrisico’s spant de RCE zich op diverse gebieden in om cultureel erfgoed hoger op de prioriteitenlijst te krijgen. De Poorter: “Het is nu vaak onvoldoende in het zicht. Wij willen dat cultureel erfgoed volwaardig meegenomen wordt in de klimaatstresstesten die overheden moeten uitvoeren. Maar denk bijvoorbeeld ook aan de verdeling van water in tijden van droogte (de verdringingsreeks). De RCE heeft de vinger opgestoken om dan ook aan behoud van cultureel erfgoed te denken, vooral vanwege onomkeerbare schade.” Een ouder voorbeeld daarvan is het UNESCO werelderfgoed Schokland dat in de Noordoostpolder zijn eigen hydrologische zone heeft.

Belangrijk is het volgens De Poorter en Knegtel vooral om alert te zijn op risico’s en signalen daarvan. Kaarten op de site van de RCE kunnen daarbij helpen. Die maken allerlei klimaatrisico’s inzichtelijk, zoals droogte, wateroverlast en funderingsschade. Knegtel: “Ken je risico’s. De provinciale steunpunten voor de monumentenzorg kunnen daarbij behulpzaam zijn. Daarna kun je gaan kijken naar mogelijkheden voor adaptatie. Als het gaat over wateroverlast kun je bijvoorbeeld kelders waterdicht maken of het gebouw deels impregneren. Ook kun je er als buurt voor kiezen om te vergroenen in plaats van te verstenen. Bij risico op natuurbrand kun je naar je omgeving kijken. Zo verhoogt droog materiaal op de grond of in de dakgoot, zoals dennennaalden, de snelheid waarmee de brand zich uitbreidt. Je kunt ook denken aan vliegvuurbestendige dakbedekking . Museum Kröller-Müller bijvoorbeeld gaat nog een stap verder met een hele buitenkant die besproeid kan worden, in combinatie met een eigen brandweereenheid. Belangrijk is om een plan te hebben!”

“En daar hebben wij als RCE methodes voor om zo’n plan te maken”, voegt De Poorter daaraantoe.